Cephalotus follicularis

Uit Carnivora Verzorging
Versie door Pim (overleg | bijdragen) op 15 mei 2012 om 16:00 (Grond)
Ga naar: navigatie, zoeken
Cephalotus follicularis

Australische Bekerplant

Dit geslacht kent maar één soort. Deze fascinerende plant komt voor op zandige veengronden. De plant bestaat uit een rozet met twee type bladeren; de niet vleesetende loofbladen die gedurende de wintermaanden worden aangemaakt, en de bekerbladeren die gedurende de zomermaanden gemaakt worden.

Herkomst

Op enkele plaatsen langs de zuidwestkust van Australië.

Dwarsdoorsnede van de val. Fotograaf: Mark Geurts
De val met tanden en kraag

De Val

De beker heeft de vorm van een duimloze bokshandschoen. De voorkant van de beker heeft drie behaarde verticale ribben. De bovenrand bevat ribben die aan de binnenzijde in een scherpe tanden uitlopen. Uniek aan de val is dat aan de binnenzijde een kraag zit. De binnenkant van de val heeft een wasachtig oppervlakte, waar insecten geen houvast hebben. Doordat de kraag 'overhangt' is het nog moeilijker voor een insect, die het lukt om tegen de gladde kanten op te kruipen, om te ontsnappen. In het wild vangt de Cephalotus voornamelijk mieren.

Verzorgingstips

Water

Gebruik alleen zuiver regenwater, gedemineraliseerd water of gedestilleerd water. Geef bij voorkeur water op de schotel. Giet geen water over de bekers.

De plant is gevoelig voor de verhouding licht/vochtigheid. De combinatie van veel vochtigheid met weinig licht, leidt tot rot van de plant. Hoe meer licht, hoe meer water aan de plant gegeven kan worden. Krijgt de plant alleen kunstlicht, dan vereist de plant een vrij droge potgrond.

Zorg ervoor dat de plant pas weer water krijgt nadat het water in de schotel op is.

De plant geeft zelf aan of hij te vochtig of te droog staat. Als de plant te vochtig staat, dan beginnen de bekers aan de bovenrand zwart te worden (deze zullen spoedig afsterven). Staat de plant te droog dan zullen de bekers zich sluiten om zo het vloeistofniveau in de bekers te beschermen.

Licht

Zorg dat de plant zoveel mogelijk licht krijgt. Is het niet mogelijk om de plant in de zon te zetten, dan kan de plant onder een speciale lamp worden geplaatst (bijvoorbeeld Osram dulux L 36W /21-840).

Temperatuur

3°C - 30°C

Laat de temperatuur niet te hoog oplopen, vermijd temperaturen boven de 40°C.

Grond

Wortelstelsel van de Cepalotus

Als potgrond wordt een medium gebruikt wat geschikt is voor vleesetende planten. De grond moet een open structuur hebben zodat de kans op wortelrot kleiner wordt. Een mix van turf, steentjes en vezels is hiervoor geschikt. In de kas en in de open grond kan een mengsel van turf met spagnummos worden gebruikt.

Potgrondmixvoorbeeld van Charles Brewer:

  • 45% gedroogd spagnummos
  • 45% medium perlite
  • 8% turf/zand mix
  • 2% houtskool

Er kan ook meer turf/zand mix dan hierboven worden gebruikt.

Potgrondmix voorbeeld van Peter D´amato:

  • 1 deel turf
  • 2 delen zand en/of perlite.

Favoriete mix van een kweeker uit het Verenigd Koninkrijk: 30% spagnum 25% Kokos (in het bijzonder Canna coco, omdat dit Trichoderma bevat) 10% scherp zand 25% perliet 5% houtskool 5% gehakt levende spagnum mos

Een meer omstreden mix is: 33% spagnum mos veen 33% bladgrond - W Australische Wattle boom 34% zand verzameld van het strand duinen - weg van de kust rand De kweker stelt dat dit zand sporen van zout bevat wat een schimmelproblemen tegen zou gaan.

Een eenvoudige lichte open mix welke geschikt is voor in een terrarium: 50% medium perlite 25% turf 12% scherp zand 12% kleine orchidee schors

Bij het verpotten is het raadzaam om een deel van de oude compost waarin de plant heeft gezeten her te gebruiken. Verschillende bronnen wijzen erop dat dit een gunstig effect heeft om de plant thuis te laten voelen in de nieuwe pot. De compost moet vochtig zijn voordat je begint.

Let op, verpot de Cephalotus zo min mogelijk, de plant is hier erg gevoelig voor. Verpot kleinere exemplaren eens in de 2 jaar, en grotere eens in de 4 á 5 jaar.

Verpot de Cephalotus nooit in de zomer! Verpotten kan in de de late herfst, de winter, maar de voorkeur gaat uit naar het vroege voorjaar (eind februari). Indien de wortels aan de onderkant van de pot uitsteken, kan de plant in een grotere pot geplaatst worden. Gebruik bij voorkeur een diepe pot van minimaal 15cm hoog, de Cephalotus maakt namelijk een diep wortelstelsel aan. Gebruik altijd een pot met een gat aan de onderkant.

Verwijder de plant voorzichtig uit de pot. Probeer er voor te zorgen dat je geen vloeistof uit de bekers morst. Het is dan ook raadzaam om de zijkant van de pot open te knippen en zo de plant rechtstandig uit de pot te halen. Ga voorzichtig te werk. Schud de oude potgrond voorzichtig van de wortels af. Het is overigens geen probleem als oude potgrond tussen de wortels achterblijft. Wegspoelen van de grond is geen goed idee.

Tijdens het verpotten kunnen eventueel stekjes, die de plant gedurende het jaar heeft ontwikkeld, gescheiden worden van de moederplant en afzonderlijk opgepot worden.

Plaats de plant in een hoge, brede pot. Zorg dat de pot een stuk groter is dan zou moeten, zodat de plant zo min mogelijk verpot hoeft te worden, en dus genoeg ruimte heeft om te groeien.

Welke mix je ook kiest, het is aan te raden om te beginnen met een kegel van grond te vormen in de pot en daar de plant op te zetten. Om de één of andere reden lijkt dit de plant ten goede te komen, waarschijnlijk omdat de kroon van de plant wat verhoogd komt te staan en daardoor net iets droger staat wat wortelrot tegengaat.

Strooi de grond verder in de pot, totdat de pot vol is en de kroon van de plant ter hoogte van het oppervlak zit. Geef voorzichtig water van boven af, zodat de grond tegen de wortels komt te zitten. Zet de pot in een bak met water totdat de grond verzadigd is. Houd de plant rond de 20°C, in een 50% schaduwrijke omgeving en met een luchtvochtigheid van ongeveer 70% totdat het duidelijk is dat er nieuwe groei is. Waarschijnlijk zullen er wat bekers en bladeren verloren gaan, maar dat is niet erg zolang de wortels maar in orde zijn, zal de plant zich herstellen.

Bladstekken. Fotograaf: Mark Geurts

Vermeerdering

Bladstekken
Trek een wat ouder blad (met of zonder beker) van de plant. Zorg dat deze zo dicht mogelijk afbreekt bij de wortel. Leg het blad met de goede kant naar boven in turf of spagnum. Leg ongeveer 1 cm turf of Spagnum over de basis van het blad. Hou het medium nat genoeg en dek het eventueel af met plastic om de luchtvochtigheid hoog te houden. Zorg dat de temperatuur minimaal 21°C is. Na ongeveer een maand verschijnen er nieuwe plantjes. De nieuwe plantjes uit elkaar halen en oppotten.
Delen
Het kan als de plant een paar groeipunten/kronen heeft geproduceerd. Doe dit alleen in het begin van de lente, net voordat of net als de nieuwe groei lijkt te beginnen. Verwijder de plant voorzichtig uit de pot. Probeer er voor te zorgen dat je geen vloeistof uit de bekers morst. Het is dan ook raadzaam om de zijkant van de pot open te knippen en zo de plant rechtstandig uit de pot te halen. Houdt de plant rechtop en schud voorzichtig de grond weg. Wegspoelen van de grond is geen goed idee. Bepaal waar de wortelstok is vertakt en deel op basis van elke nieuwe kroon, door de wortelstok te breken of af te snijden, afhankelijk van de dikte. Nu kan elke kroon appart opgepot worden. Geef voorzichtig water van bovenaf met lauw water en met eventueel een fungicide of Trichoderma oplossing. Zet de pot in een semi-schaduwrijke, warme, en vochtig - 70%, omgeving totdat nieuwe groei verschijnt. Er zullen waarschijnlijk een aantal bekers verloren gaan, maar die zullen vervangen worden door nieuwe groei.
Cephalotus zaad moet zo vers mogelijk zijn. Fotograaf: Mark Geurts
Zaad
Hoewel dit is waarschijnlijk de meest uitdagende en bevredigende manier van vermeerderen is, is het ook de langzaamste. De bloemen zijn in staat zichzelf te bestuiven. Kruisbestuiving levert echter beter zaad op. Kruisbestuiven bij de Cephalotus is super eenvoudig, gewoon met een zacht klein kwastje van bloem naar bloem. Per bloem worden er tussen de 6 en 10 zaadjes geproduceerd. Tijdens de zomer maanden zal het zaad gaan zwellen en rijpen. Het zaad is rijp als het bruin is, de haren op het zaad 'lang' worden en ze beginnen los te laten. Het zaad moet vers zijn of niet meer dan 3 maanden gekoeld zijn bewaard. Vul een pot, of ondiepe lade, met ofwel een mix van 40:40:20 turf, perliet en scherp zand of gemalen gedroogde spagnum mos. Maak het grondmengsel goed nat met regenwater of gedestilleerd water. Druk de zaden heel voorzichtig op de potgrond zodat ze in contact met de grond komen. Zet de pot / bak in een plastic zak of bedek de bovenkant met plasticfolie of een glasplaat. Nu moeten ze een periode stratificeren, dit kan door ze in de koude kas te laten overwinteren, of in de koelkast te zetten voor ongeveer 3 maanden. Sommige telers doen het zonder stratificatie. Zorg er wel voor dat het niet kouder wordt dan 3°C. Tijdens de stratificatie moeten ze geen extra water. Mocht de grond toch uitdrogen geef dan geen water van bovenaf maar van onderaf. Zet de pot na 3 maanden in een lichter en warmere, 20°C, omgeving. De zaadjes ontkiemen gedurende enkele weken, maanden of soms wel een jaar, dus gooi het niet te snel weg.. Ze produceren eerst een penwortel en een aantal kleine bladeren / kruiken. Wanneer deze zaailingen groot genoeg zijn, kan je ze individueel oppotten. Het duurt enkele jaren voordat de plant volwassen is.

Links

Interessante sites waar informatie te vinden is over de Cephalotus