Aldrovanda vesiculosa

Uit Werkgroep Carnivora
Aldrovanda vesiculosa

Aldrovanda vesiculosa (Waterradplant)

Aldrovanda vesiculosa is een snel sluitende vleesetende waterplant uit de familie Droseraceae, en is nauw verwant aan de Venusvliegenval (Dionaea muscipula). De soort is de enige vertegenwoordiger van het geslacht Aldrovanda. De plant leeft vrij drijvend net onder het wateroppervlak in ondiepe, voedselarme, licht zure wateren.

De dunne, flexibele stengel kan tot 15 cm lang worden en draagt in kransen van zes tot negen bladeren. Elk blad eindigt in een kleine, tweekleppige vangval van ongeveer 3–4 mm groot. Deze vangen kleine aquatische prooien via een snel sluitmechanisme dat sterk lijkt op dat van de Venusvliegenval. In de zomer kan Aldrovanda kleine witte bloemen vormen die net boven het wateroppervlak uitkomen.

Verspreiding en ecologie

Aldrovanda vesiculosa kent een brede, maar gefragmenteerde verspreiding van Europa en Noord-Afrika tot Oost-Azië, Japan en Australië. In Europa is de soort zeldzaam geworden en wordt ze in veel regio’s als bedreigd beschouwd door watervervuiling, eutrofiëring en habitatverlies.

Vangmechanisme

De val van Aldrovanda bestaat uit twee kleppen met fijne tastharen aan de binnenzijde. Wanneer een klein waterdiertje zoals een watervlo (Daphnia) of een roeipootkreeftje (Cyclops) de haren raakt, sluit de val zich binnen 10 milliseconden. De prooi wordt ingesloten, waarna de val zich nauwer sluit om vertering mogelijk te maken. Na enkele dagen opent de val zich opnieuw.

Ecologische rol

Als vleeseter haalt Aldrovanda stikstof en fosfaat uit haar prooien, een aanpassing aan haar voedselarme leefomgeving. De soort vormt een belangrijk onderdeel van het micro-aquatisch ecosysteem, en kan ook dienen als bio-indicator voor gezond, oligotroof water.

Kweek en verzorging

Algemene kweekvoorwaarden

Aldrovanda is een uitdagende, maar fascinerende soort om te houden. Omdat de plant vrij in het water drijft, zijn een stabiel milieu en goede waterkwaliteit cruciaal. Zorg altijd voor voldoende waterbeweging om algengroei te beperken.

Waterkwaliteit

Gebruik regenwater of osmosewater, bij voorkeur in een ruime bak van minstens 20 liter. Voeg voor verzuring per 4 liter water één kop veenmos of turfstrooisel toe (in een gaaszakje om troebeling te vermijden). Houd het waterniveau constant. Ververs het water gedeeltelijk zodra algen beginnen te groeien.

Licht

Geef helder, gefilterd licht. Halfschaduw of indirect zonlicht is ideaal. Te veel zon kan algen stimuleren.

Temperatuur en rustperiode

De ideale groeitemperatuur ligt tussen 22–30 °C. Bij temperaturen onder de 17 °C stopt de groei en vormt de plant winterknoppen (turionen) die naar de bodem zinken. Zodra de temperatuur stijgt, hervat de plant de groei en stijgt ze weer naar het oppervlak.

Externe bronnen